|
externe cultuurkenmerken
Aangedreven door de waarden veiligheid en zekerheid bepaal je je acties door alle
consequenties vooraf te overdenken. Je hebt voor elke oplossing een probleem en bij
besluiten neem je de minst risicovolle mogelijkheid.
Om deze afwegingen te kunnen doen heb je tijd en privacy nodig en moet je de buitenwereld
op afstand houden. Ook moet je je waarneming filteren. Immers als je iets waarneemt, dan
moet je er ook iets mee.
Een atrium beschermt het kantoor tegen de buitenwereld en binnen het kantoor heb je waar
mogelijk een eigen kamer. Parkeerplaatsen voor (enge) bezoekers heb je zo weinig mogelijk.
Tijdens het denkproces op weg naar de juiste procedure vult de inbak zich met nieuwe
dossiers, totdat de hele kamer ermee is gevuld. Een procedurecultuur-organisatie herken
je vaak al aan de vensterbank van het kantoor.
|
Andere cultuurkenmerken zijn: Hoge gebouwen, verticale elementen in de gevel en
omkaderingen van vensters, die het verticale effect versterken.
De individueel te bedienen zonwering wordt gebruikt om het uitzicht te reguleren,
ook als er geen zon is. Vaak zijn de lamellen van de luxaflex verticaal om de blik
te richten en aan het bureau zit je het liefst met je gezicht naar de muur.
|
In deze cultuur (management by (e-)mail) is het opschrijven van een nieuwe regel (wet) of
procedure voor veel politici, ambtenaren en leidinggevenden hetzelfde als een wijziging
in de realiteit van de buitenwereld. Het één leidt vanzelf tot het ander, dus als je een
memo, besluit of rapport in je uitbak doet gaat de aangeschreven buitenwereld vanzelf zo
functioneren.
In deze cultuur draait alles om waarneming en analyseren van informatie. Het is daarmee
de cultuur van documenten, rapporten, kranten, boeken en conclusies.
Invloed oefen je uit door het controleren (filteren) of voorkomen van waarnemingen
(en daarmee van geldende conclusies). Het is daarmee de cultuur van censuur en
geschiedsvervalsing. Sprekende voorbeelden hiervan zijn te vinden in de volgende krantenartikelen:
"Censuur door VROM en Landbouw" (Metro)
Politie, justitie doen TV West in de ban (Metro)
Politiekorps boycot journaliste (NRC Handelsblad)
Ambtenaar trotseerde 'geweld' van Defensie (NRC Handelsblad)
In dit artikel blijkt ook het ordecultuur-kenmerk van het "op de man spelen".
Kok: vernietiging spionagedossiers om staatsveiligheid (NRC Handelsblad)
op persoonlijk niveau aangrijpende cultuurkenmerken
Je bepaalt zelf de betekenis (oorzaak of gevolg) van wat je waarneemt. In de groep ben
je vooral met jezelf bezig en als groep of organisatie ben je ook naar binnen gericht.
Besluiten neem je teruggetrokken "op de hei", op zoek naar zekerheid.
De energie van leidinggevenden wordt vooral gericht op het regelen van objectieve,
eerlijke besluitvorming op basis van gelijke waarnemingen en dezelfde informatie voor
alle betrokkenen. Dit geeft consensus zonder zelf verantwoordelijk te hoeven zijn.
De zekerheid gevende oorzaak-gevolgkoppeling is in deze cultuur verantwoordelijk voor
alles wat er gebeurt. Deze koppeling geeft je gelijk of vormt je excuus.
Hij werkt voor je als je een smoes nodig hebt om de verantwoordelijkheid buiten jezelf
te leggen (de file was langer dan gewoon, waardoor ik te laat ben), of tegen je wanneer
je iets beweert dat kan leiden tot onzekerheid bij anderen.
Zolang deze koppeling (één oorzaak voor het waarneembare verschijnsel) niet
wetenschappelijk is aangetoond, bestaat het verontrustende verschijnsel niet.
Dit leidt nogal eens tot gebruik van "wetenschap" door belanghebbende autoriteiten,
om verantwoordelijkheid te ontlopen, of om zichzelf vrij te pleiten zoals in:
Actie:
Zorg bij VN over jonge asielzoeker Nederland (NRC Handelsblad)
Reactie:
Geen voodoo tegen meisjes (NRC Handelsblad)
Actieprikkel en reactie in één:
Bloedstollend (NRC Handelsblad)
'Bij bescheiden gebruik mobieltjes geen tumor' (NRC Handelsblad)
Uit dit artikel blijkt ook dat de erin beschreven onrust moet zijn veroorzaakt door
perspublicaties en niet door het verschijnsel zelf.
wat is kwaliteit?
Kwaliteit is in deze cultuur eigenlijk cultuurvreemd. Zolang er geen waarneming is van
iets dat niet goed is, is er niets aan de hand.
Positieve kwaliteiten van mensen (jezelf) kun je niet in rechtstreekse communicatie uiten.
Als iemand in deze cultuur zich boven het gras verheft (eigen kwaliteiten noemt of
uitdrukkelijk neerzet) wordt hij/zij onmiddellijk gewezen op gepaste bescheidenheid,
nederigheid, of daar weer naartoe teruggeleid.
"Ik geef de beste trainingen" is als uitspraak in deze cultuur ongepast. Men accepteert
dit doorgaans niet (reactie: Waaruit blijkt dat? Je kunt het niet bewijzen, dus is het
niet waar).
"Ik heb een ISO kwaliteitscertificaat voor mijn trainingen" levert bij de toehoorder
direct een gevoel van kwaliteit op, dat zo sterk is, dat de kwaliteit (of zelfs de
aanwezigheid) van een relatie tussen het certificaat en het product niet meer behoeft
te worden aangetoond.
Voorbeeld: ISO 9000 certificaten zeggen iets over de inrichting van de productie-organisatie
en niets over het product zelf. Je kunt zonder problemen een ISO 9000 kwaliteitscertificaat
krijgen voor het produceren van zwemvesten van gewapend beton.
Dit collectieve zelfacceptatieprobleem in deze cultuur leidt tot grote verheerlijking van
van buiten ("elders") komende (niet inhoudelijk te toetsen) erkenningen, certificaten enz.
Met een goedklinkend "erkend" diploma kun je jezelf probleemloos onderscheiden. In
deze cultuur is handel in diploma's dan ook heel gewoon.
In
"Diploma in ruil voor zwijgen" (NRC Handelsblad) kunt u lezen hoe een aantal van de
bovengenoemde cultuurkenmerken tesamen een typisch Nederlands polderlandschap opleveren.
terug naar boven

vorige pagina
|
|