Achtergrondartikel

Het ontstaan van NLP, een klassieke ontwikkelingsmetafoor
auteur: Hans Dalhuijsen


Inleiding

Uitvindingen en sociale ontwikkelingen ontstaan vaak vanuit een idee, dat soms heel lang rondsuddert in de maatschappij. Het duikt telkens op wanneer een sociale of technische vooruitgang de haalbaarheid ervan vergroot. En dan, na veel pogingen en deelontwikkelingen is het er opeens en wel precies op het moment dat de tijd er maatschappelijk gezien rijp voor is. Vaak zijn het ook ontwikkelingen buiten het eigen (vak)gebied, die dan zorgen dat het kan ontstaan. Na dit ontstaan van de nieuwe verworvenheid volgt de geleidelijke maatschappelijke inbedding ervan, een traject waarin veel kenmerken van een groepsdynamisch proces zijn te herkennen.

Daar NLP (afkorting van Neuro Linguïstisch Programmeren) als techniek nog in de kinderschoenen staat, is de geschiedenis ervan nog niet uitputtend beschreven, zijn van het ontwikkelingsproces ervan slechts delen te overzien en is het sociale inbeddingsproces nog maar net begonnen.
Om de ontstaansgeschiedenis van NLP te kunnen overzien en de toekomst ervan in te schatten, ligt vergelijken met een ouder maatschappelijk ontwikkelingsproces voor de hand.
De ontwikkeling van het vliegtuig levert een hiervoor bruikbaar vergelijkingsproces.

De ontwikkeling van het vliegtuig; de verovering van het luchtruim

Wie is de uitvinder van het vliegtuig? We kennen uit de oudheid het verhaal van Icarus, die van Kreta naar het land wilde vliegen met zelf gemaakte vleugels. Het idee van zelf vliegen is dus al heel oud. Concrete aanwijzingen zijn van jongere datum: Leonardo da Vinci maakte in de vijftiende eeuw al schetsen van een apparaat waarmee je als mens zou kunnen vliegen door de lucht. De uitwerking ervan in de praktijk lukte hem echter niet.
In de vier eeuwen die volgden hebben velen geprobeerd om ook als een vogel te vliegen. Vogels waren voor hen het enige werkende voorbeeld en dus iets om na te volgen. Al deze pogingen leidden hooguit tot een plaats in de geschiedenis als waaghals of als halve gek.

Mensen die tot vliegen wilden komen door een schip (iets dat drijft) als voorbeeld te nemen waren het eerst succesvol: Montgolfier (Frankrijk) wist al aan het einde van de achttiende eeuw met een ballon op te drijven en te zweven in de lucht. De luchtvaart was geboren.
Toen in de 19e eeuw via de ontwikkeling van de scheepsschroef de propeller ontstond, en toen de ontwikkeling van de verbrandingsmotor het mogelijk maakte deze met een klein machientje aan te drijven, evolueerde de luchtballon aan het eind van de 19e eeuw tot het luchtschip.

Deze ontwikkelingen op het gebied van de voortstuwing verlosten ook de 'vogelvolgers' van hun probleem, en zo kon rond het begin van de 20e eeuw het vliegtuig ontstaan zoals wij dat nu kennen.

Toen het onmogelijke waar werd en de mens kon vliegen, konden avontuurlijke geesten ermee aan de slag. Veel naamloze pioniers maakten omstreeks 1900 vliegmachines en probeerden ermee aan de zwaartekracht te ontsnappen.
De gebroeders Wright wonnen in 1903 een door een krant uitgeschreven prijs voor degenen die het eerste een afstand van ca. honderd voet vliegend konden overbruggen. De publiciteit die dat opleverde maakte hen voor velen ook nu nog tot de uitvinders van het vliegtuig. Bij het honderdjarig jubileum in 2003 bleek echter dat de eerste vlucht die aan deze criteria voldeed al minstens tien jaar eerder in stilte in Frankrijk heeft plaatsgehad (Clément Ader, 1890).

Vliegen is vanaf het begin erg goed geweest voor je ego en voor je sex-appeal. Zolang het nog in de kinderschoenen stond wilden veel liefhebbers ervan iets als eerste of of als beste met een vliegtuig doen. Durven wat nog nooit gedaan was, competities aangaan en wedstrijden winnen in een strijd die ook veel naamloze verliezers kende.
Veel films tonen ook nu nog het imago van de macho vlieger, en deze zit niet voor niets in de 'cockpit'.

Een aantal belangstellenden met zakelijk inzicht raakte betrokken en wist de nieuwe techniek zakelijk te exploiteren. Zo begon Albert Plesman in 1919 met de eerste luchtvaartmaatschappij, de KLM, die in 1920 de eerste lijnvlucht opende. Dit soort activiteiten gaf weer nieuwe impulsen aan ontwerpers en bouwers, waarna de luchtvaartindustrie zich kon gaan ontwikkelen.
Met het verschuiven van de grenzen van het mogelijke ontstond geleidelijk aan veel inzicht in alle aspecten van het vliegen en van de techniek van het bouwen van vliegtuigen en andere hemelbestormers. In 1969 landde de mens voor het eerst op de maan.

Nu in de 21e eeuw is vliegen heel gewoon geworden en zijn de leerprocessen van de luchtvaartpioniers geïntegreerd aanwezig in vrijwel alle facetten van onze maatschappij. Behalve het goedkoop en snel reizen naar alle uithoeken van de aarde hebben ook zaken als de tefal braadpan, ultralichte masten voor wedstrijdjachten en de kiwi op tafel in Nederland hun roots in de lucht- en ruimtevaart.

De beide oorspronkelijke ontwikkelingsstromingen in de luchtvaart zijn in de taal ook nu nog duidelijk terug te vinden. In Nederland bedrijf je met een vliegtuig de luchtvaart; als passagier ga je aan boord en daar hoor je de piloot (afgeleid van het Engelse woord voor loods) vaak zeggen: 'This is your captain speaking'. Iemand die in Engeland vliegtuigbouw studeert, houdt zich bezig met aeronautical engineering. Een luchtverkeersleider in Duitsland heet Fluglotse.
In de USA worden vliegtuigen echter gebouwd door de 'aviation industry', en daar heten de instrumenten voor de besturing het 'avionic system'; woorden die zijn afgeleid van het Latijnse woord voor vogel: avis.

Het realisatietraject van het vliegtuig samenvattend kun je stellen, dat de ontwikkeling pas echt begint nadat een idee werkelijkheid is geworden. Tussen de betrokken mensen ontwikkelt zich daarbij een groepsdynamisch proces, waarin initiatiefrijke mensen in het begin vaak alleen en naarmate de tijd vordert steeds meer samen, het idee concreet in de wereld (trachten te) zetten. De publiciteit lokt anderen die het leiderschap van de pioniers accepteren en hun eigen voordeel weten te halen uit het product. Daarna wordt het geleidelijk een maatschappelijk fenomeen, dat breed wordt geaccepteerd en waarmee de mensheid een stap verder is.

Het ontwikkelingsproces van NLP vanuit deze optiek bezien

Vrij algemeen wordt de 'uitvinding' van NLP toegeschreven aan twee Amerikanen, Richard Bandler en John Grinder, waarvan de naam staat op veel van de eerste boeken over NLP. Daarnaast claimen ook anderen de grondlegger van NLP te zijn. Gemeenschappelijk kenmerk van deze mensen met ieder een eigen verhaal is, dat het allen Amerikanen zijn. Zeker is ook dat de techniek van NLP zoals wij die nu kennen vanuit Amerika in Nederland is ingevoerd en dat veel Nederlanders ook nu nog NLP certificatie-opleidingen volgen bij Amerikaanse trainers en instituten.
Kijk je wat nauwkeuriger naar de materie, dan blijkt een eenduidig antwoord op de vraag waar de wortels van NLP liggen een stuk moeilijker te geven. Het is een soort legpuzzel, waarvan ik hieronder een paar stukjes wil neerzetten om het ontwikkelingsproces te kunnen volgen waarlangs 'NLP' in Nederland aankwam en om te schetsen waar de NLP-gemeenschap in Nederland nu is.

Het idee

Het idee achter NLP is, dat je door het luisteren naar taal(patronen) inzicht kunt krijgen in het functioneren van mensen en in de processen in de menselijke hersenen.
Dit idee kon ontstaan na de uitvinding van de telefoon, die de metafoor leverde van het bewust communiceren met een ander bewustzijn dat je niet kunt waarnemen. De psycho-analyse is zoiets als het gebruiken van een telefoonlijntje naar het onbewuste. En telefoonlijnen werken met taal.
Het spoor naar de oorsprong van NLP leidt terug naar graaf Alfred Korzybski. In 1936 gebruikte hij de termen Neuro Linguïstisch en Neuro Semantisch is een paar van zijn artikelen. In 1941 gebruikte hij ze in een voorwoord in het boek 'Science and Sanity'.
In de jaren '30 en '40 reisde hij door de USA en gaf daar Neuro Linguïstische trainingen. In 1951 schreef hij 'The role of language in the perceptual processes'.

Dit gedachtengoed van Korzybski vind je onder meer terug in een van de zeven basisvooronderstellingen van het huidige NLP: Lichaam en geest zijn twee delen van één systeem, die in een voortdurend verschuivend evenwicht met elkaar zijn. Elk gedrag en elke communicatie van een persoon is een product van neurologische processen in de persoon, en zij bevatten dus informatie over deze processen.

Deze beschrijving is nogal analoog. Het gaat over continue verandering. Dit is inherent aan de jaren dertig van de vorige eeuw, de jaren van de radio en de radiobuizen, die analoge signalen konden versterken, waarvan de betekenis zit in de inhoud van de boodschap.
In de huidige psychologie is deze analoge en inhoudelijke manier van betekenis geven nog steeds aanwezig. Veel psychologische tests vragen ook nu nog naar keuzen uit gedrag, waarbij de inhoudelijke keuze die je maakt iets zegt over wie je bent.

Pogingen

Nadat het idee voor Neuro Linguïstiek was gelanceerd kun je niet zeggen dat gerichte pogingen zijn ondernomen om NLP te realiseren, zoals dat bij het vliegtuig wel is gebeurd. Het doel was daarvoor te abstract en dus niet helder geformuleerd.
Wel kun je achteraf van veel activiteiten zeggen dat ze invloed hebben gehad op het ontstaan van NLP. Kortheidshalve noem ik alleen het linguïstische werk van Noam Chomsky, waardoor vooral Grinder sterk is beïnvloed.
Chomsky maakte onder meer onderscheid tussen patronen in de de oppervlaktestructuur en de dieptestructuur van taal. Deze patronen herleidde hij tot persoonlijkheidskenmerken en communicatiepatronen. Het is langs deze weg dat NLP uiteindelijk in zijn Amerikaanse vorm het licht zag.

De technologische doorbraak

In de jaren '70 maakte de digitale computer een begin aan zijn wereldwijde opmars. Digitaal denken was in. Programmeren van computers ging met analoge stroomschema's waarin de te verrichten taak werd weergegeven in een opeenvolging van digitale handelingen door de computer.
De digitale computer kent daarbij twee handelingen: het werken met een oorzaak - gevolg koppeling (bijvoorbeeld: als 'X'='Y' dan doe je stap 'Z') en met een bewijskoppeling (een test of 'X' gelijk is aan 'Y', met als testresultaat 'true' of 'false').
Deze manier van functioneren sluit goed aan bij de dominante leerstrategie in de Amerikaanse cultuur, die wordt aangedreven door de bewijskoppeling in onze hersenen: je doet iets en je vergelijkt het resultaat met een norm.
In Amerikaanse NLP vind je dit terug in de 'cybernetische' strategie voor probleemoplossing: Test de norm, Operate, Test de norm en als het goed is, Exit. Deze strategie staat bekend als de TOTE en hij wordt in veel NLP opleidingen als manier van leren voorgeschreven en/of gebruikt.
Deze externe ontwikkeling kwam in 'NLP-land' terecht via de persoon van Richard Bandler, die zich als student bezig hield met wat nu informatica heet. Daarnaast gebeurde dit via de verwante Deming cyclus (plan, do, check, act ofwel waarnemen, handelen, je plan bijstellen op basis van feedback, uitvoeren), die zowel John als Richard in hun werk met groepen gebruikten.
Een belangrijk adagium in NLP is nog steeds: 'Als iets niet werkt, doe dan iets anders.'

Ontdekking van NLP

De ontdekking van NLP werd een feit toen een aantal van de aanwezige factoren en deelprocessen op het juiste moment op de juiste plaats aanwezig waren. Deze plaats was de campus van de Universiteit van de Staat Californië (USC) in San José. De tijd was de eerste helft van de jaren '70.
Wat daar precies is gebeurd verschilt afhankelijk van wie het verhaal vertelt. Zeker is dat John Grinder daar werkte als universitair docent op het terrein van de linguïstiek. Om hem heen was een aantal enthousiaste collega's, medewerkers en studenten aanwezig, onder meer op het vakgebied van de psychologie. Er werd met de voor Amerikaanse onderzoeksinstituten kenmerkende vrijheid van handelen geëxperimenteerd met therapie in groepen vrijwilligers.
Een andere belangrijke hulpbron was Gregory Bateson, die zich als wetenschapper onder meer bezig hield met cybernetica. Hij is de schrijver van onder meer 'Steps to an ecology of mind' en 'Mind and nature'. Hij beschrijft onder meer de 'logische niveaus van leren' die in NLP zijn ingebracht en die belangrijk zijn om het effect van interventies vooraf in te kunnen schatten. Hij was vriend en buurman van John Grinder.
John Grinder ontmoette Richard Bandler omstreeks 1970 in een van zijn colleges waar Richard zeer onconventioneel binnenkwam en aller aandacht opeiste. Hun ontmoeting, die plaats had in de context van een project dat Bandler als student moest doen met coaching van John Grinder, mondde uit in een vruchtbare vriendschap.

Ze begonnen met het begeleiden van T-groepen (ook wel encounter groups genoemd) waarin deelnemers door confrontatie hun sociaal wenselijke gedrag laten vallen en hun echte gedrags- en communicatiepatronen laten zien. In Nederland heetten dergelijke workshops Sensitivity trainingen.
In 1972 vroeg Richard de hulp van John bij het uitwerken van aantekeningen die hij maakte bij het modelleren * van Fritz Perls, de bekende protagonist van Gestalt-therapie. Achtergrond daarvan was de gedachte dat linguïstische analyse van de taalpatronen van Fritz Perls nuttig zouden kunnen zijn om de Gestalt-patronen in een model te kunnen onderbrengen.
Daarna gingen ze de ontdekte patronen testen in parallelle Gestalt-trainingen (een groep voor Grinder en een voor Bandler) waarin ze met behulp van de herkende patronen hetzelfde effect trachtten te bereiken als Perls. Daarbij gingen ze nogal ruig te werk. De patronen werden op de deelnemers losgelaten, of die er nu behoefte aan hadden of niet.

In 1973 maakte Bandler een audio opname van een workshop van Virginia Satir in Cold Harbor (Canada), die werkte met een Gestalt-concept van 'delen' van een persoon, die min of meer zelfstandig gedrag(srollen) neerzetten, en met de metafoor om het geheel van deze delen te zien als een systeem. Tijdens zijn werk (controleren van het opname niveau met één oor) luisterde hij met zijn andere oor op de walkman naar zijn favoriete popmuziek. Deze verdeelde aandacht leidde ertoe dat hij aan het eind van de workshop beter dan de 'volledige' deelnemers in staat was een demonstratie te geven van de familiepatronen van Satir.
Vervolgens nam John de opnames mee naar Richard, en op dezelfde manier als dat ze dat met het materiaal van Perls hadden gedaan, maakten ze een model van de patronen van Virginia Satir.

Dit bij toeval bewust geworden 'onbewuste' leren via het afleiden van het bewustzijn, bleek later een van de pijlers te zijn onder de manier van werken van Milton Erickson, de beroemde hypnotherapeut uit Phoenix in Arizona.

Uit onderlinge vergelijking van de patronen van Perls en Satir bleek, dat er nogal wat overeenstemming was tussen de taalpatronen die beiden gebruikten. Hun poging om dit overdraagbaar te maken leidde tot het zogenaamde 'metamodel voor effectieve communicatie', bestaande uit taalpatronen van Satir en Perls, aangevuld met linguïstische patronen die John Grinder uit zijn eigen vakgebied kende. In 1975 publiceerden ze dit in 'de structuur van de magie', het eerste echte NLP boek.
Samen met Virginia Satir volgde in 1976 'Changing with Families (veranderen door gezinsbehandeling)' waarin een fusie tot stand kwam van het werk van Satir (o.a. lichaamshoudingen en emoties), Grinder (taal- en communicatiepatronen à la Chomski) en Bandler.

Bandler en Grinder werkten bij de ontwikkeling van het Amerikaanse NLP model in deze periode samen met wat de faculteit hun aan mogelijkheden bood. Enkele namen van betrokkenen zijn Robert Dilts (vooral via Bateson), David Gordon, Leslie Cameron Bandler en Judith DeLozier. Deze lijst is zeker niet compleet.

Over deze beginperiode zijn veel anekdotes in omloop, waarvan John Grinder de volgende vertelde:
Hij was een keer met Richard Bandler in de auto op weg naar een therapiegroep toen Richard een paar blikjes bier ging kopen bij een drankwinkel langs de weg. Bij het afrekenen werden wat woorden gewisseld met de cassière waarbij deze zei: 'Ik zie wat je zegt.'
Daarna hadden ze samen in de auto een soort discussie in de trant van: 'Gek he, want je kunt helemaal niet zien wat iemand zegt.'
Zo ontdekten ze het principe, dat de proceswoorden in de taal (predicaten) de verbinding aangeven met het deel van de hersenen dat je op dat moment gebruikt.

Om dit te testen gingen ze mensen in hun therapiegroepen indelen naar het gebruik van visuele, auditieve en kinestetische predicaten en gingen ze met deze deelgroepen verschillende taal en begripsoefeningen doen. Ze beschouwden de representatiesystemen als 'input channels' om communicatie te begrijpen en kwamen zo tot vijf systemen, analoog aan de vijf zintuigen.
De resulterende representatiesystemen zijn beschreven in het boek 'Structuur van de magie II (1976)'.
Kort daarna ontdekten ze tijdens het spelen hiermee een correlatie tussen deze verschillende representatiesystemen en de bijbehorende oogbewegingen.

Daarna volgden de ontdekkingen elkaar snel op:
  • dat veranderen van een dominante oogbeweging voor je cliënten de betekenis van een ervaring zo kan veranderen dat dit een therapeutisch effect heeft,
  • dat het onderbewuste eigenlijk de belangrijkste aansturing levert,
  • dat je kunt communiceren met delen van je onderbewuste die verantwoordelijk zijn voor specifieke gedragingen of emoties en
  • dat je kinestetische ankers kunt maken en integreren.
* Modelleren is het geheel instappen in de ervaring van de ander. Kinderen doen het door imiteren van hun ouders; sporters door nadoen van de trainer etc. Met NLP kun je de aansturingspatronen van een vaardigheid uitvragen en bewust bij jezelf 'aanzetten', met hetzelfde effect.

De macho periode: acceptatie en erkenning stonden centraal in het maatschappelijke groepsproces

Bandler en Grinder gingen vanaf 1975 op pad en hielden workshops en demonstraties voor onder meer hulpverleners, psychiaters en psychologen, waarbij vooral Bandler in staat bleek veel weerstand op te wekken door de macho-achtige superioriteit waarmee hij niet NLP gebruikende therapeuten wist af te zeiken.
Als controversiële figuur had Bandler ofwel bewonderaars(ters) die hem soms zelfs als een goeroe achterna reisden door het land heen, ofwel mensen die hem en met hem NLP verguisden. Ook nu nog vind je de effecten ervan in Nederland in het circuit der psychologen, waar velen NLP nog steeds verbinden aan onwetenschappelijke manieren van doen en niet waargemaakte claims.

Op een van deze promotiereizen ontstond een belangrijke oefening in NLP (zes staps herkaderen) volgens John Grinder als volgt:
John Grinder reisde naar Vancouver om voor een groep therapeuten een follow-up programma te geven. Onderweg ernaartoe werd hij in het vliegtuig doodziek. Vervolgens heeft hij onderhandeld met zijn onbewuste delen en hen gevraagd ervoor te zorgen dat het nog wat werd, in ruil voor slaap. Hij heeft geen bewuste herinnering van wat hij tijdens zijn optreden heeft gedaan maar de sessie was een groot succes.
Toen hij de volgende dag in de zaal terugkwam zag hij tot zijn eigen verbazing in zijn eigen handschrift het patroon voor de oefening 'zes staps herkaderen' op het bord staan.
Deze oefening is een stroomschema voor veranderingsprocessen, waarbij je bewustzijn optreedt als een coach voor een deel van je onbewuste hersenen. Onder erkenning van de autoriteit van het deel dat verantwoordelijk is voor het ongewenste gedragspatroon (of lichamelijke verschijnsel) en rekening houdend met de omgeving daarvan, komt het verantwoordelijke deel tot nieuwe, beter passende, mogelijkheden.

Deze oefening vormde lang het hart van NLP en hij heeft veel bijgedragen aan het magische imago van NLP, zowel in positieve als in negatieve zin.

Van deze vele roadshows hebben Bandler en Grinder opnamen gemaakt, en met transcripts daarvan uit 1978 vulden ze hun volgende boek 'Frogs into princes' (1979) waarmee NLP echt bekend werd. In Nederland werd het in 1981 uitgegeven met als titel 'De betovering van de taal'.
De vertaler ervan heeft het moeilijk gehad, want deze begreep nog niets van NLP. Een cruciale figuur in het boek, met de vermelding van de oogbewegingen bij representatiesystemen ontbrak dan ook.

Het succes van deze activiteiten en de grote open markt voor NLP maakten dat vrijwel alle betrokkenen gingen cashen op hun ervaringen, waarbij ze NLP op hun eigen deelgebied introduceerden en hun eigen interesses volgden.
John Grinder, Judith DeLozier en Richard Bandler gingen naar Phoenix (Arizona) waar ze Milton Erickson interviewden en zijn taalpatronen verzamelden in wat in NLP heet het Milton model. Ze schreven dit op in 'Patterns of the hypnotic techniques of Milton Erickson' (2 delen, 1976 en 1977). Ook werkten ze het herkaderen van delen uit in 'Reframing' 1980.
Voorts hebben ze bestudeerd hoe Frits Perls (Gestalt) het lichaam gebruikte als leerinstrument.

Ergens 'onderweg' ontstond onder meer uit publicaties van Korzybski (1933), Bateson (1972) en Vaihinger (1924) en via de ervaringen van Erickson, Satir en Perls (die allen het lichaam als leerinstrument gebruikten om vaardigheden te leren) de gedachte dat je het modelleren van gedrag, in de Amerikaanse cultuur een van de belangrijkste manieren van leren, met NLP patronen kunt maken tot een cognitief gestuurd effectief leerinstrument. Toen de verzameling losse NLP patronen zich uitbreidde werd in dit 'expliciet modelleren' een gemeenschappelijke noemer gevonden voor wat later steeds meer 'het NLP model' * werd genoemd.
Dit vind je nu nog terug in een van de basis vooronderstellingen van NLP: Als een ander een bepaald gedrag kan leren, dan kun jij dit ook leren.

Leslie Cameron interesseerde zich voor de kleine dingen des levens en ontfermde zich over de kleinste NLP patronen in 'Precision', een boek over submodaliteiten, de belangrijkste bouwstenen voor de opbouw van betekenissen in onze hersenen.

David Gordon werkte het gebruik van metaforen uit in 'Therapeutic Metaphors' 1978.

Robert Dilts wilde met zijn aspiraties als wetenschapper NLP op dat niveau brengen met zijn manuscript 'Neuro Linguïstic Programming: a new Psychotherapy (1977), dat niet werd gepubliceerd. In 1980 verscheen zijn boek 'Neuro Linguïstic Programming Volume 1, (samen met Grinder, Bandler en DeLozier) met de subtitel 'The study of the structure of subjective experience' waarin hij zich echter verliest in het zoeken naar notaties voor de herkende patronen (de vorm dus en niet de inhoud). Deel 2 is nooit verschenen.

Hij leerde ervan zich bij kleine onderwerpen te houden en is sedertdien een van de belangrijkste ontwikkelende krachten geweest in de NLP wereld. Hij is de motor achter het veranderen van overtuigingen (normen), diagnosticeren met submodaliteiten, modelleren van beroemdheden (Jezus, Mozart, Disney, Einstein etc.) en toepassingen van NLP op het gebied van gezondheid (genezen van ongeneeslijke ziektes) en van gezond oud worden.

Deze macho periode duurde tot omstreeks 1982, waarna geleidelijk aan structuren de overhand gingen krijgen bij de exploitatie van het model.
Deze structuren bespoedigden de overgang van het 'samen ontwikkelen naar een 'ieder voor zich' mentaliteit.

* Overigens bestaat 'het NLP model' niet echt. NLP is een verzameling patronen die geheel op zichzelf staan. Pas met de ontwikkeling van Interculturele NLP zijn deze patronen geïntegreerd in één model terechtgekomen: het ISE-Persoonlijkheids- en culturenmodel.

Structuren en competitie; verspreiding en machtstrijd

Omstreeks 1978 ontstonden rond Bandler en Grinder twee bedrijven: Not Ltd. in Booy Doon (Ca) en Unlimited. Ltd in Ben Lemmond. Al snel formeerden ze de 'Society of NLP' als samenwerkingsverband van deze bedrijven. Ook ontwierpen ze daarvoor een prachtig logo. Doel was om 'NLP training' te kunnen geven als geautoriseerde 'erkende' instelling met gewaarborgde' kwaliteit. In 1980 werd een indeling in de competentie-niveaus van Practitioner, Master Practitioner en Trainer in NLP door de Society aangeduid, onder meer in het al genoemde boek van Dilts, Grinder en Bandler. De certificaten werden toen nog uitgereikt op basis van gebleken kennis en ervaring. Gestructureerde NLP certificatietraining bestond voor 1979 nog niet.
De pioniers waren er echter nog lang niet aan toe om hun avontuurlijke bestaan op te geven zodat vooral mensen uit de tweede generatie NLP-ers de eersten waren om er op grote schaal mee te gaan scoren.

De NLP ontstaansgroep splitste zich globaal op in twee richtingen toen Bandler en Grinder uit elkaar gingen. Bandler bleef aan de Westkust en Grinder kreeg een basis in New York om van daaruit veel te reizen. Gaandeweg ontstond tussen hen een conflict over de intellectuele eigendom van NLP. Bandler wilde er geld voor zien maar Grinder achtte NLP een onderdeel van het publieke domein. Dit conflict sleepte zich voort tot het einde van de jaren '90 toen Bandler de lawsuit verloor.
Resultaat ervan is wel de vaststelling dat het idee van NLP als paradigma van menselijk gedrag en functioneren van de hersenen, van Alfred Korzybski is. De handelsnaam NLP heeft geen eigenaar. Slechts het insigne van de 'Society of NLP' kan eigendom (geweest) zijn van Bandler, maar die is geen eigenaar van deze Society en heeft er sinds 1982 ook geen banden meer mee.

In 1977 bezocht Anné Linden (psychologie student en ex-actrice) een NLP presentatie van Bandler en Grinder in New York. Zij was zo onder de indruk dat ze met hen meereisde om NLP te leren. Gestructureerde trainingen bestonden nog niet. In 1980 stichtte zij het New York Training Institute for NLP (NITY), het eerste instituut dat gestructureerd certificatieopleidingen verzorgde. In de gebruikelijke ratrace om erkenningen en kwaliteiten richtte zij in 1983 de National Association of Neuro Linguïstic Programming (NANLP) op. Een organisatie die voor het eerst richtlijnen opstelde voor de inhoud van NLP certificatieopleidingen. Vijf jaar later was dit instituut vooral een arena voor man tegen man gevechten waarin men elkaar afkraakte op het hebben van succes op een andere manier dan die van jezelf.

Sommigen publiceerden in deze periode zelfs NLP boeken waarin het begrip NLP niet wordt genoemd. Voorbeelden zijn:

Bernard Cleveland schreef het boek 'Master Teaching Techniques' (1983) waarin hij in de vorm van stroomschema's de verzameling losse NLP technieken beschrijft en toepassingen aangeeft in de setting van onderwijs in groepen. Dit boek is door veel NLP-ers verguisd, maar het is wel het eerste boek dat een vrijwel volledig overzicht geeft van de inhoud van een NLP practitioners opleiding.

Genie Laborde schreef Influencing with integrity (1984), waarin NLP patronen en interventietechnieken worden beschreven voor gebruik in de 'business' omgeving.

In het midden van de jaren '80 raakt het overzicht volledig zoek.

Robert Dilts coquetteert sterk met grote geesten waarvan hij er vele modelleerde. Hij laat zich vaak zien met een prent van Einstein op zijn T-shirt. Zijn Dynamic Learning Center kreeg in het begin van de jaren '90 de naam NLP University.

Anné Linden legde de focus op presentatie en certificatie en betoogde dat die van het NITY kwaliteit had. Zij is ook degene die in Nederland de eerste NLP workshop en de eerste NLP practitioners certificatie opleiding heeft gegeven (1983-1984).

Anthony Robbins, werkzaam in 'business' en 'sales', wist in 1985 met zijn boek 'Unlimited Power' het grote publiek te bereiken en maakte hij NLP tot een wereldwijd bekend begrip.

Op Hawaï was Tad James met zijn bedrijf 'Profitability Consulting' de motor achter een soortgelijke zakelijke aanpak.
In 1987 verscheen het boek 'Timeline Therapy and the basis of personality', waarvan de tweede auteur Wyatt Woodsmall is. Dit boek was het eerste dat een overzicht gaf van de vier NLP basis metaprogramma's (persoonlijkheidstypologieën ontleend aan de Meyers Briggs psychologische test) en een aantal gedragsaansturingspatronen, de 'complexe' metaprogramma's. Het boek is overigens vooral gebaseerd op werk van Milton Erickson.
Tad James specialiseerde zich daarna in tijdlijn oefeningen en interventies, waarvoor hij de merknaam Timeline Therapy liet registreren. Het levert snel te behalen certificaten op. Ook zijn snelle NLP en hypnose certificatieopleidingen zijn populair bij veel Nederlanders.

Wyatt Woodsmall is wat op de achtergrond gebleven maar hij is volgens Bandler een van de grote NLP ontwikkelaars. Bandler: 'Hij is degene die er het meest van weet en die de grenzen van NLP heeft weten te verleggen'. De complexe metaprogramma's die hij verzamelde en publiceerde bieden een breder perspectief op het werken met NLP dan de andere bekende patronen. Je kunt er persoonlijkheidsprofielen mee maken en er motivatiestrategieën van mensen mee herkennen.
Hoewel ze zijn gepubliceerd voor de zakelijke markt zijn ze ook zeer krachtig bij gebruik in coaching en therapie.

NLP in Nederland

In Nederland zijn NLP certificatie opleidingen in 1983 geïntroduceerd door Jaap Hollander, die Anné Linden uitnodigde om een practitioners opleiding te doen (1983-1984). Zijn Instituut voor Eclectische Psychologie (IEP) was tot het eind van de jaren '80 hier het enige NLP opleidingsinstituut dat NLP certificatie-opleidingen verzorgde. In de loop van de jaren '80 verschenen geleidelijk meer instituten die met ingehuurde Amerikaanse trainers opleidingen verzorgden. Omstreeks 1989 verschenen de eerste Nederlandse gecertificeerde NLP trainers op de markt, opgeleid door instituten van onder meer Anné Linden, Robert Dilts, Richard Bandler en Tad James.
Daarna begon ook hier een snelle groei. Thans zijn in Nederland meer dan 100 NLP opleidingsinstituten actief waarvan er een twintigtal zijn aangesloten bij de in 1986 opgerichte NVNLP, die sinds 1997 ook eigen inhoudelijke certificatie standaarden hanteert. Het aantal mensen in Nederland met een NLP certificatieopleiding achter de rug bedraagt inmiddels reeds enkele tienduizenden.

De dag van vandaag

In Nederland volgde de NLP geschiedenis globaal hetzelfde patroon als in de USA. Na een geleidelijke introductie begon in 1990 de macho periode met de komst van Emiel Ratelband, die NLP stevig op de kaart zette, ondersteund door het vertaalde boek van Anthony Robbins 'Je ongekende vermogens'. De markt voor NLP opleidingen en toepassingen groeide sindsdien explosief. NLP vind je nu al dan niet bedekt terug in alle soorten van opleidingen voor overheid, bedrijfsleven, de zorgsector en het onderwijs.
Met als doel om zich in de markt te profileren zijn in Europa evenals in de USA koepelorganisaties ontstaan die de kwaliteit van NLP verbinden aan richtlijnen over de structuur en de inhoud van opleidingen. Deze richtlijnen worden geleidelijk aan steeds meer als normen gehanteerd met als onbedoeld neveneffect dat de ontwikkeling van NLP zelf daardoor geleidelijk aan tot stilstand is gekomen.
Zo zijn er na meer dan 20 jaar bestaan van normerende activiteiten en instanties voor certificatieopleidingen in NLP zelfs nog geen eenduidige benamingen voor de bestaande NLP patronen en 'verplichte' oefeningen.
Veel NLP opleidingsinstituten zijn zich vooral ook gaan onderscheiden door wat ze ernaast aanbieden. Combinatie-opleidingen met hypnose, gestalt, RET, transactionele analyse, emotionele intelligentie, neuro emotionele integratie, managementvaardigheden enz. kom je overal tegen als blijk van het volwassen ontwikkelingsstadium van het product NLP.
Anderzijds wordt tegenwoordig ook in Nederland bij de psychologiestudies aandacht besteed aan NLP.

De Nederlandse Vereniging voor NLP heeft de laatste jaren veel energie gestoken in de aansluiting van therapeutisch werkende NLP-ers bij koepels van psychologen en 'erkende' therapeuten. Dit met het doel om ook een 'NLP-therapeut' in die kring erkend te krijgen. Bij deze activiteiten is echter ook de structuur gebouwd van een 'closed shop' waarbij een bijna monopolie op opleidingen en certificatie is gecreëerd. Dit geeft mogelijkheden om te kunnen tappen uit de geldstromen die hier in de wereld van de zorg omgaan.
Inhoudelijk is dit beleid echter een knieval voor de gevestigde therapie-orde, die door NLP op veel punten qua resultaten is voorbijgestreefd.
De daar aanwezige machtstructuren zullen de verdere ontwikkeling van NLP zelf naar verwachting niet bepaald stimuleren.

Van NLP als rebelse werkwijze los van de klassieke psychologische en therapeutische wereld is nog wel een democratisering van de psychologische test overgebleven.
In 1991 bracht Roger Bailey een gestructureerde vragenlijst met de 'complexe' metaprogramma patronen van Wyatt Woodsmall op de markt onder de merknaam Language and Behavior profile (LAB Profile) dat ook in Nederland nog wel wordt gebruikt. Doel ervan is om net als met andere psychologische testen gedrag te kunnen voorspellen op grond van statistische correlaties.
Significant is Roger's opmerking dat de patronen waarop de resultaten van de tests worden geënt gebonden zijn aan de context van de Amerikaanse cultuur en dat in andere contexten en culturen dus andere waarden naar voren kunnen komen. Hij adviseert gebruikers uit andere culturen de statistische basis opnieuw vast te stellen.
In Nederland heeft Jaap Hollander op basis van deze metaprogramma's ook een soort 'doe het zelf' psychologische test op de markt gebracht onder de naam Meta Profiel Analyse.

Verdere ontwikkelingen, NLP als springplank

Door de toenemende normering is de inhoudelijke ontwikkeling van het digitale (bewuste) NLP vrijwel tot stilstand gekomen. Voor het onbewuste leren dat tijdens de ontwikkeling van NLP steeds weer boven kwam ligt dat anders. Ontwikkelingen in dat vlak hebben ook in het afgebakende NLP tot verbeteringen geleid. Hieronder tenslotte twee recente ontwikkelingen die verbonden zijn aan de 'roots' van NLP.

Interculturele NLP

De ontwikkeling van Interculturele NLP is voortgekomen uit zoeken door ondergetekende naar een antwoord op de vraag: Hoe motiveren mensen zich?

Leertheoretische studies hebben hiervoor de vaste patronen zichtbaar gemaakt die mensen bij het leren en bij elk ander gedrag gebruiken. Ook hebben ze het verschil tussen manieren van leren met de digitale (linker) hersenhelft en analoge (rechter) hersenhelft zichtbaar gemaakt bij mensen uit verschillende culturen. Het meest baanbrekend hierin was het voor de Shell verrichte werk van Juch (Personal Development, 1983).

In het verlengde van Teamrol, een door de Engelsman Belbin ontwikkelde groep typologieën van rollen in teams, zijn onder invloed van NLP ook studies verricht naar het verband tussen teamrollen en taalpatronen. Hierbij was niet alleen de inhoud van de boodschap, maar vooral ook de vorm ervan bepalend voor de identificatie van de teamrol (o.a. Karin Kooy 1985).
De teamrollen van Belbin worden ook in Nederland nog veel gebruikt op organisatieniveau.
Samen met NLP geven ze indicaties van taalpatronen, gedrag en motivatiepatronen.

In 1986 maakte ik de eerste versie van het ISE-culturenmodel door combinatie van elementen uit het leermodel van Juch, teamrolbeschrijvingen van Belbin en 'complexe' metaprogramma's uit NLP. Met dit model bleken groeps- en organisatieculturen te beschrijven. Gebruik van NLP werd hiermee mogelijk bij het gericht veranderen van organisatieculturen en bij het begeleiden van groepsprocessen.
In de jaren daarna werd de onderlinge verbondenheid van en de wisselwerking tussen alle bekende NLP patronen zichtbaar door ze te clusteren naar hun operationele functie voor de hersenen en aan dit model toe te voegen. Vanaf 1992 werkte ik hierbij samen met Anna van Leeuwen.
In dit proces is de verzameling NLP patronen uitgebreid met soortgelijke die de activiteiten van de analoge rechter hersenhelft aansturen en zijn voorsorteringen naar de Amerikaanse cultuur uit de verzameling geëlimineerd.
Dit model biedt daarmee een cultuurneutraal en waardenvrij begrippenkader voor het beschrijven van allerlei soorten van psychologische profielen en analoge processen.
De eerste NLP workshop op basis van dit ISE-persoonlijkheids- en culturenmodel werd in 1992 gegeven. Sinds 1998 is NLP certificatie in Interculturele NLP mogelijk.

'Systemisch' werken; familie- en organisatie-opstellingen

Deze ontwikkeling grijpt terug op het bovengenoemde werk van Virginia Satir dat mede aan de basis van NLP ligt. Bert Hellinger gebruikt het opstellen van spelers (representanten) om informatie over relaties en betrekkingen tussen mensen te verkrijgen en om beperkende patronen (verstrikkingen) daarin te neutraliseren. Daarbij grijpt hij ook terug naar eerdere generaties.
Varianten zijn het opstellen van eigenschappen of ziekten binnen een persoon, het opstellen van thema's in mensen en groepen, en het opstellen van groepen en organisaties.
Het werken met deze opstellingen is verwant aan sommige oefeningen uit NLP en is de afgelopen jaren ook door veel NLP-ers omarmd.
De stormachtige ontwikkeling van deze werkwijze is nu in de fase van het structureren en normeren van opleidingen beland. De geschiedenis herhaalt zich op een hoger niveau...

Energetisch coachen

Een derde veelbelovende analoge ontwikkeling is het energetisch coachen. Deze door Anna van Leeuwen vormgegeven techniek heeft raakvlakken met Interculturele NLP en met 'systemisch' werken.
Energetisch coachen richt zich onder meer op het veranderen van de operationele organisatie in de hersenen met als doel om de verschillende hersenfuncties optimaal tot hun recht te laten komen. Nu reeds zijn er goede resultaten bij onder andere opheffen van leermoeilijkheden en bevorderen van creativiteit.
Voorts is het een goed instrument voor het bijstellen van energetische verbindingen tussen mensen, wat nodig is bij wijzigen van relaties en bij andere contactuele veranderingen in ons leven.

De toekomst

Het gedachtengoed van Korzybski is als NLP gemeengoed geworden. Analoog aan de ontwikkelingen in de lucht- en ruimtevaart zal ook dit NLP een hoge vlucht nemen, vooral in de varianten die erop zullen worden geënt.
Nu al is NLP vaak een onderdeel van opleidingsprogramma's gericht op alle vormen van communicatie en van herkennen van gedragspatronen.
In de maatschappij kom je NLP straks overal tegen waar motiveren, functioneren en communiceren van mensen aan de orde is. Net als de tefal pan wordt de aanwezigheid ervan zo vanzelfsprekend dat de herkomst ervan niet meer opvalt.

Groei zit er nog volop in de mogelijkheden die Interculturele NLP biedt voor ontwikkelingen die worden bestuurd door de analoge (niet rationele) hersenhelft. Daarmee kunnen mensen zelf weer eigenaar worden van hun psychologische profielen en hun ontwikkelingsprocessen. Het levert iedere gebruiker een direct beschikbaar inzicht in persoonlijkheid, cultuur, gedrag en motivatie, communicatie en interactiepatronen van zichzelf en van andere mensen. Deze ontwikkeling zal onder meer grote gevolgen hebben voor de bestaande cultuur van psychologische testen en adviezen. Voorts is het een sleutel naar vergaande kwaliteitsverbetering in het onderwijs.
Als de machtstructuren in de gevestigde orde het NLP plantje niet zullen smoren zullen op termijn de invulling van opleidingen in de menswetenschappen en het functioneren van de zorgsector er flink door worden beïnvloed.

Tenslotte zal ook het inzicht in wat culturen en cultuurverschillen in de maatschappij veel effect kunnen hebben.
Nu nog eisen politici van allochtonen dat zij hun manier van zijn vergaand aanpassen om 'te integreren' in de Nederlandse cultuur, terwijl deze autoriteiten zelf überhaupt niet weten wat cultuur is.
Interculturele NLP kan hen dit inzicht verschaffen. De ontdekking, dat ze thuis vaker wel dan niet een partner hebben met dezelfde 'cultuur' als een 'aan te passen' allochtoon, kan mogelijk leiden tot een minder agressie oproepende houding en tot meer maatschappelijke dynamiek.

© copyright ISE-Training 6 juni 2004 Hans Dalhuijsen

Download dit artikel »

top